Kinderen

Het KISS-syndroom (0-3 jaar)

KISS (Kopfgelenk – Induzierte – Symmetrie – Störungen) is een Duits letterwoord dat vrij vertaald wordt als ‘kopgewrichten induceren storingen in de symmetrie’. Dit wil zeggen dat er stoornissen kunnen ontstaan in de neuro-motorische en neuro-vegetatieve ontwikkeling van de zuigeling en peuter ten gevolge van functiestoornissen in de bovenste nekgewrichten.

Mogelijke oorzaken van KISS

  • vroeg- of laattijdige geboorte
  • twee- of meerlingen
  • langdurige, zware bevalling
  • zeer snelle bevalling
  • foutieve ligging in de baarmoeder (stuitligging, …)
  • forceps- en vacuümverlossing
  • niet geplande keizersnede
  • navelomstrengeling
  • vroegtijdig gebroken vliezen
  • prenataal trauma
  • laag geboortegewicht
  • geïnduceerde bevalling
  • medicatiegebruik of roken van de moeder
  • bekkeninstabiliteit van de moeder

Tijdens de groei van de peuter en de kleuter

  • narcose
  • lichamelijk trauma: een val, slag of stoot op het hoofd, een zware stuitval zal zich vertalen in de opbouw van de wervelkolom
  • infectieziekten met hoge koorts

Familiale predispositie

Naast de aanwezigheid van één van de bovengenoemde elementen is er veelal een familiale gevoeligheid. Men stelt meerdere KISS-kinderen vast in dezelfde familie, met een geringe voorkeur bij jongens. Wij weten vandaag zeker nog niet alles over de oorzaken. De geboorte is zeker niet de enige oorzaak die tot KISS leidt.

mogelijke Kenmerken KISS

  • langdurig hoog huilen (huilbaby)
  • onrustig zijn (ook in de slaap)
  • oppervlakkige slaap, veelvuldig wakker worden, plotseling wakker worden en beginnen huilen
  • liggen met de hele rug scheef (banaanhouding of volledig overstrekt)
  • in zit en in stand zich steeds willen overstrekken
  • het hoofdje kijkt steeds naar dezelfde kant met ontwikkeling van een gezicht- en schedelasymmetrie
  • ontwikkelen soms een afgeplat achterhoofd
  • worden vaak buikslapers, met beide benen opgetrokken onder de buik, het hoofdje altijd naar dezelfde kant gedraaid met contact tegen een bedrand
  • asymmetrische heupontwikkeling, één voet kan in overdreven spitsstand liggen
  • zichtbare of verborgen reflex
  • zuig- en slikproblemen, aan de ene borst zuigt men goed, aan de andere niet. Tijdens het zuigen vaak overstrekken en huilen.
  • winderigheid, krampen, moeilijke stoelgang
  • verluieren, aan- en uitkleden is problematisch
  • kwijlen veel en maken veel buitenwaartse tongbewegingen
  • worden niet graag geknuffeld
  • trekken veel aan één oor, plukken aan de haren, duwen hard in één van de ogen
  • liggen tijdens de dag niet graag op de buik, willen vlug gaan zitten en vooral vlug gaan staan
  • niet kruipen, asymetrisch kruipen, bilschuiven
  • vroegtijdig stappen, vaak starten op de tenen
  • onverklaarbare koortsaanvallen
  • gevoelig voor bovenste luchtwegeninfecties

Veel van deze klachten verdwijnen als het kind ouder wordt. Er lijkt sprake te zijn van een herstel. Maar dit herstel is schijnbaar. Deze compensatie-fase is bij kinderen vaak langdurig en onopgemerkt.